Springplank naar zelfstandige

Ontvangt u een werkloosheids- of inschakelingsuitkering en wilt u een eigen zaak oprichten? Met de maatregel 'Springplank naar zelfstandige' kunt u 12 maanden lang als zelfstandige in bijberoep werken zonder dat u uw uitkering verliest. Met de maatregel wil de overheid ondernemers in spe stimuleren om de sprong naar het ondernemerschap te wagen.

Voorwaarden

Wie?

U komt in aanmerking voor de maatregel 'Springplank naar zelfstandige' als u aan deze vijf voorwaarden voldoet.

  • U ontvangt een een werkloosheids- of inschakelingsuitkering. U komt niet in aanmerking als u in uw beroepsinschakelingstijd zit.
  • U doet aangifte bij de RVA van uw zelfstandige nevenactiviteit vóór het begin van die activiteit (of, als u nog geen werkloosheids- of inschakelingsuitkering ontvangt, op het moment dat u uw uitkering aanvraagt).
  • U bent niet opzettelijk werkloos geworden om deze premie te kunnen krijgen.
  • U hebt uw nevenactiviteit niet als zelfstandig hoofdberoep uitgeoefend in de afgelopen zes jaar.
  • U werft geen personeel aan voor uw zelfstandige nevenactiviteit.

Welke zelfstandige activiteit?

  • Het mag géén artistieke activiteit zijn.
  • Het moet een nevenactiviteit zijn. Dat betekent dat het aantal uur dat u eraan besteedt en de grootte van uw inkomsten beperkt moeten zijn. De RVA oordeelt of dat het geval is of niet.
  • U mag de activiteit zowel overdag als 's avonds uitoefenen.

Plichten

Als u een beroep doet op de maatregel 'Springplank naar zelfstandige', moet u:

  • ingeschreven zijn als werkzoekende bij de VDAB.
  • beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat u onmiddellijk moet kunnen ingaan op een passende vacature, begeleiding of opleiding die uw VDAB-bemiddelaar u aanbiedt, en dat u uw afspraken met uw VDAB-bemiddelaar moet nakomen.
  • in België verblijft.

Procedure

U vult de RVA-formulieren C1 en C1C in en bezorgt ze aan uw uitbetalingsinstelling.